
Europese regels noodslacht vereenvoudigd, dieren nog verder uitgezogen | Foto (illustratief): publiek domein
De Europese regels rond noodslacht zouden omwille van dierenwelzijn en duurzaamheid vereenvoudigd zijn. Dat klinkt mooi, maar schijn bedriegt. De vee- en vleessector hebben zoals bekend een hele dikke vinger in de Europese pap. Maar dat zij hun macht kunnen gebruiken om minimale dierenwelzijnsregels omwille een paar centen nog verder uit te hollen, heeft zelfs ons verbaasd. Tot het merg wordt ‘t arme dier uitgezogen...
Het gemak waarmee deze sector steeds maar weer de dierenwelzijn- en duurzaamheidstroefkaarten kan trekken is tenenkrommend. Greenwashing, maar dan anders. Ze weten hun strategie zodanig te framen dat het lijkt alsof dierenwelzijn toeneemt en duurzaamheid meer tot zijn recht komt. Dit is onjuist en volstrekt onacceptabel.
Van belang is te weten dat voor het dierenwelzijn van slachtdieren twee Europese wetten een rol spelen: de transportverordening en de richtlijn doden van dieren. In de transportverordening staat dat je alleen gezonde dieren mag vervoeren. Dit zijn dieren die niet gewond, zwak of méér dan licht ziek zijn. Licht zieke dieren mogen onder voorwaarden op transport; ernstiger gewonde, zwakke of zieke dieren niet. Lijkt mij duidelijk. De richtlijn doden van dieren vereist dat alle dieren voor humane consumptie (het vlees dat mensen eten) geslacht (tot vlees verwerkt) moeten zijn in een slachthuis. Als we beide Europese wetten samen bekijken kun je 4 categorieën dieren onderscheiden:
De richtlijn doden van dieren maakt voor de 3e categorie dieren een uitzondering op de eis dat het gehele slachtproces (doden en tot vlees verwerken) in het slachthuis plaatsvindt. Deze in principe gezonde dieren mogen op het bedrijf gedood worden middels verbloeding, waarna de verdere verwerking tot vlees plaatsvindt in het slachthuis. Dit vlees kan dan alsnog door mensen gegeten worden.
Ook dit is duidelijk en op een bepaalde wijze redelijk te noemen. Alleen brengt deze 3e categorie dieren minder geld op dan de dieren die na transport in een slachthuis gedood en geslacht worden. Om dit ‘probleem’ op te lossen en daarbij ook categorie 2 en 4 dieren alsnog te kunnen slachten in een officieel slachthuis, had de sector de Mobiele Dodingsunit (MDU) bedacht. Een slachthuis op wielen.

Varkens aan het einde van de reis bij het slachthuis | Foto: ©House of Animals
De mobiele slachterij kon naar het bedrijf rijden, daar de dieren doden en slachten, als ware het in een normaal slachthuis. Hierdoor omzeilde de sector de problematiek veroorzaakt door de transportverordening en kon zij deze dieren zonder derving van inkomsten alsnog ‘normaal’ laten slachten. Het dierenwelzijn zou daarbij volgens de sector aanzienlijk verbeteren, want de dieren bleef de stress van transport bespaard. Dit zou vooral bij categorie 3 en 4 dieren extra lijden voorkomen.
.
Nu komt de grote ‘maar’. Een categorie 3 of 4 dier heeft bij wet verplichte veterinaire zorg nodig. Het onthouden van die noodzakelijke veterinaire zorg is in strijd met de Wet dieren en een misdrijf. Echter: na toediening van ongeacht welke medicatie zal het dier afgekeurd worden voor menselijke consumptie. Het levert daardoor veel minder geld op. De verwachting was dan ook dat sommige veehouders en -handelaren alles proberen om toch zoveel mogelijk dieren geslacht te krijgen voor menselijke consumptie. Het lag op de loer dat het dier geen veterinaire zorg meer krijgt.
Uit een pilot met de MDU is inderdaad gebleken dat die het dierenwelzijn niet verbeterde, maar juist verslechterde. Alleen voor categorie 2 dieren als de grote grazers, zou het op locatie slachten een grote dierenwelzijnsverbetering opleveren. Maar juist voor deze dieren is de MDU nooit ingezet. Omdat op grote schaal misbruik is gemaakt van de MDU, over de rug van dieren die medische zorg nodig hadden, is dit in de basis goedbedoelde instrument een stille dood gestorven.
.
De vee - en vleessector gebruikten na de flop met de MDU hun machtige lobby in Europa om alsnog uit ieder dier zoveel mogelijk geld te kunnen persen. Ze zorgden ervoor dat de Europese regelgeving voor de slacht op het bedrijf is aangepast. Naast categorie 3 komen voortaan ook categorie 2 en 4 dieren in aanmerking om ze op het bedrijf te doden middels verbloeding. Daarna mag de verwerking tot vlees voor menselijke consumptie elders in een slachthuis plaatsvinden.
De NVWA heeft inmiddels laten weten dat de randvoorwaarden om dieren op het bedrijf te mogen doden voor humane consumptie veranderen. Hierdoor kan men veel meer voor transport ongeschikte dieren op het bedrijf doden dan voorheen, om ze daarna in een slachthuis te verwerkt voor humane consumptie. Dit zou beter zijn voor het dierenwelzijn. En duurzamer, omdat deze dieren alsnog opgegeten worden. Of voor het doden op het bedrijf een nieuw soort mobiele toepassing komt valt niet te zeggen.
Dieren als grote grazers (categorie 2) gaan na de versoepeling nog steeds naar een slachthuis, ondanks dat ze helemaal niet geschikt zijn voor dergelijke transporten. Terwijl categorie 3 en 4 dieren in veel gevallen helemaal geen veterinaire zorg meer zullen krijgen, want medicatie leidt ertoe dat ze automatisch afgekeurd zijn voor humane consumptie. De kans lijkt daarmee ook reëel dat mensen vlees gaan eten van dieren die een onbehandelde kwaal onder de leden hadden.

Grote grazers zijn halfwilde dieren en niet gewend aan transport | Foto: publiek domein
De MDU-pilot had al aangetoond dat veehouders alles proberen om zo min mogelijk geld uit te geven aan zoveel mogelijk dieren, tot ze helemaal zijn uitgezogen. Op elk moment laten zij de baten prevaleren boven de kosten, zelfs door dieren noodzakelijke medische zorg te onthouden. De versoepelde regels bieden voedingsbodem voor dezelfde ‘perverse prikkel’ om dieren zorg te onthouden, waardoor het dierenwelzijn er niet op vooruit gaat zoals geclaimd, maar achteruit.
Dat het duurzamer is omdat mensen meer dieren kunnen opeten, is je reinste onzin. Door het houden van deze dieren is er al sprake geweest van een gigantische (aantoonbare) aantasting van het milieu. De verdere verwerking zal opnieuw veel van het milieu vergen. Dat meer dieren alsnog in de voedselketen terechtkomen heeft niets te maken met het streven naar duurzaamheid. Dat is het oprekken van de winstmarges dankzij versoepelde regels. Het is maar net hoe je dat wil framen. Zelfs als het schuurt met de waarheid blijft niets onbenut om dieren tot het merg uit te zuigen.
.
Deze Europese aanpassing in de regelgeving maakt duidelijk dat vee- en vleessector de macht hebben om alles naar hun hand te zetten. Die enorme macht gaat ten koste van wettelijk verplicht dierenwelzijn. Daarom is dit voor ons en de dieren én maatschappelijk gezien volstrekt onaanvaardbaar.
.
©Karen Soeters en Paul Bours | House of Animals - dit artikel verscheen eerder op AnimalsToday.nl


